Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

144 MENGELPOËZIE, h Mededogend, 't edel harte ,

,dat in uwe lonken fpreekt, Is ook voor de blijdfchap vatbaar,

'die het reinst eerbieden kweekt. Ja, dat hart, zóó groot zóó teder,

zóó oprecht, en ligt geraakt, Heeft nog nooit de zuivre klanken . '

van een vrije lier gewraakt. Van een vrije lier, die eeuwig

Nasfauws eer, uwe eer verbreid, En de lofgalm helpt vervangerj

van den mond der dankbaarheid. Die zóó edle deugd, verheevne!

wordt in de eeuw der fpoorlooshcên, Hoe de vloekwej ook moog bruisfehen,

nog omhelst en aangebeên. H door gods gunst gebooren heden,

't heden, dat mij juichen doed, Wekt een gloed van dankbre pügten

in het rechtgeiiart gemoed.

. Dui-

Sluiten