Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MENGELPOËZIE. i49

Ach, hoe zalig dat vooruitzicht,

wij zien 't hoöpend te gemoet! 't Flikkerd reeds in 't juichend midden

van den blijden englenftoet; Blijf dien aardfchen hemel wachten;

wijze godvrucht kent geen fmart! Dit, dit tuigd 't geduld uw's vaders;

dit, dit leerd uw 't moeder hart! Blijft UW zorg op god geladen,

dan, dan blijft u 't heil bereid Van het nietig gards genoegen,

en, van 't feest der zaligheid!

AAN

Sluiten