Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MENGELPOËZIE. ïyE

't Erkennend — 't dankbaar hart van 't volk der Nederlanden Werd dikwerf aangebaft door wreevelig gefpuis; Maar 't brak — 't brak nooit, mijn prins! die zachteliefde banden Die de almacht heeft gefnoerd om 't kroongoud van uw huis* 't Triümf dan weer gefpeeld op onze gouden fnaaren, Die de ooren boeien aan een vreugtlied op uw feest! Triümf een zucht gevoerd naar 'tchoor derenglen-fchaaren» Waar den godmenseh uw luk in 't eeuwig heilboek leest I Het eeuwig heilboek? — ja! die rol gods aller wondren Prijkt met oranjes naam en Nasfauws glorie — loon, Naar 't welk eerlang de Item van 's hemels wraak zal dondren Op 't hooft der fchenders van een grondwet van zijn' boon: Wat vleugeld, George lief! die hoop niet mijn gedachten! Wat kweekt ze in mijne borst niet eene warmte en vreugt! Ook zij — zij kan 't gewicht uws oudren leed verzachten, Ook zij — zij kweekt, mijn prins! een adeldom der deugt. Triümf, — Oranje leeft! of zou men 't hoofd doen hangen, Om dat een ijzren eeuw een rei van duivels baard ? — Zou men, als beul, z;jn hart door angst en zorgen prangen 1 Daar een drieënig god beheerfdier is van dc aard ? —

Zou

Sluiten