Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MENGELPOËZIE. iS9

Ai, zie neêr op 't teeder wichtjen . Voor Het welk mijn kunstltift gloei', En beveel, uit mededogen, Dat het rampvrij opwaarts groei'! Leer het huppelende, heemleo Op de zilverblanke deugt «— Leg eens op de zachte lipjes Uwen lof in de eerfte jeugt. Schenk het op deeze aardfche dreeven Pijltjes teegen 't zwaarst verdriet; Vlerkjes om tot u te rennen; Oogjes daar men u door ziet. Laat het kindje, ó kindren herder! Leeven tot uw lust en eer, Zend — zend niet dan zegendriften Op het teder fchaapje neêr: — En, wanneer 't onftofJijk weezen Vleuglen geeft aan zijn verftand. Leer hem dan de plichten kennen Van zijn vrije vaderland!

E 4 Doe

Sluiten