Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

M E N G E L P OJË Z Y E. f$ï

Dit durft mijn zarigfter u voorfpellen,

Doorluchte, en koninglijke vrouw! Ja meer: gij zult de tweedracht vellen, —

De vreê vernieuwd zien door uw trouw:

Gij zult, vorltin.' uw leed gewrooken

De Neroos z:en, in 't ftof gedooken,

Vergirfnis fmeekende aan uw' voet. En zij, die tegen 's lands verbonden', Vermetel uwe vrijheid fchonden,

Gekeetend door een' legeriloet.

Dan moog' uw leevensz&n weêr praaien,

Als de eerde ftar van Neêrlands Staat, Wiens gjansfen nimmer zullen daalen

Als wen dit licht fpade ondergaat. Dan moog' ook 's pr.'ncen glorij klimmen, En weer gelijk te vooren glimmen,

In zijn voor-ouderlijken ftand, Om, eeuwig met uw lieve telgen, Ten onverwrikb're fieun der belgen,

De lust te zijn van 't Vaderland! —

' Van i

Sluiten