Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

185 M E N G E L F O 'É Z T E.

Neen, dierbre prins: uw oom, der belgen liefde waardig,

Voelt zelfs de foltering in 't koninglijke hart, Getergd als vorst, is hij om zich te wreeken, vaardigx

Offchoon hij niet min deeld, als mensen, in Neêrlands fmart. Hij zal 't gewette ftaal den reinen onfchuld wijden ,

En wringen's dwingren dolk hun uit d'ontmenschte hand* Wanneer het zuchtjen zal de ontflaakte ziel ontglijden:

Dat Pruisschbns koning leev' voor Nassauws vaderland.

Zie daar u dan, ó vorst! den gouden tijd doen leezen

Waar naar 't gezweepte hart des bataviers verlangt, Voor welks vervullingsftond het eeuwig heilig weezen

Staag d'offers der gebeên van 't trouwe volk ontfangt. Welaan! ik zal op nieuw mijn gouden lier doen fpannen,

De lieve hoop ontfehroefd het onverroest gemoed, —■ 't Belacht de willekeur van al de deugt-tirannen,

En 't volgd den wensch der ziel naar deinfpraak van het bloed.

Leef

Sluiten