Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MENGELPOËZIE. 18*

Ontfonkt door trouw aan 's lands belangen,

Aan 't lokkend waarheids licht gewoon, Trof ik niet zelden in mijn zangen

.Den onvervalschten vrijheids toon; Maar! nimmer zonder vrees dier banden Waar in het rot der dwingelanden

Steeds rechtloos braave burgers floot: En door des bloedsraads vloek bedwongen, Werd luit en gorgel toegewrongen,

Bij 't treurig klimmen van den nood.

De beulendrom der wet - gebieders

Die, metontèering van 's lands macht. Als redenlooze recht-ontvlieders

Der belgen vrijheid t'onderbracht; Had als verftaalde volks - tirannen Bereids den boog der wraak gefpannen

Om mij te fleepen naar 't fchavot; Doch hoe bij hun de lust mogt fmeulen Mij in heur boos geweld te zeulen.

Ik bleef bewaard door d' arm van god,

N 3 Triümfl

Sluiten