Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T?2 MENGELPOËZIE.

Vergeefsch, vermeetle landberoerders!

Ontfloot gij d' afgrond uwer wraak, De woede uwer rustverroerders

Ontmachte uw godloos doel en zaak. Ja ! 't gantfche hoopke lelijblaaden, Waar door ge uw' aanflag dorst verraaden,

Was niet dan doodlijk moordbankct; En 't ftaal, waar meê ge uw bloedbanieren Ter landverwoesting om deed zwieren, Alleen voor uwe borst gewet.

Oranje, door 'slands druk verteederd,

Verliet het fchreiè'nd graaflijk vlek, En zag zich op een wijs verneederd

Die eeuwig u tot wroeging ïlrekk' Maar nooit heeft hij deez' vrije ftaatcn, Door 't fchenden van zijn eer, verlaaten,

Noch ter vernedering zijner deugt: Bij de altoos trouwe gelderlanderen» Vond hij met zijne zegen - ftanderen,

Rust, —, toevlucht, — hulpe, — traostenVreugt,

Zaagt

Sluiten