Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MENGELPOËZIE. aor

Triümf, ik zie Oranje koomen,

Het fchutgegalm breekt davrend los; 't Gelaat vangt warme biïjdfchaps itroomen;

Een ieder toont een vreugdeblos: 't Hoezee klinkt fchaatrend langs de ftraaten, — Zelfs uit den. mond der onverlaaten,

Hoord men het lieve oranje lied: De liefde en ijvergloed geeft vleugels; Men rukt van de eerkaros.de teugels,

En trekt hem in zijn erf-gebied.

Gelukkig vaderland.' daar naderd

De glorie-rijke Kroon - vorstin! 't Juweel-tal, in baar fchoot vergaderd,

Koomt met haar uwe hofplaats in. • Volvoer uw drift, wil tot hun rennen, — En met oranje - touwen mennen —■

Bekranst ven vrolijk eer-gebloemt! Beadem hun met wierook-geuren; — Bezwaai met fchoone oranje-kleuren

Haar, die gij uw verloster noemt.

O Wees

Sluiten