Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2o£ MENGELPOËZIE.

Nu, ook nu, grijpt zij^haar fpeeltuïg

vrolijk in de ontfchroefde hand, Voor de bloem der burgerijen

van 't nu juichend Nederland. U zing ik, 6 Brielenaaren!

u ! die nooit van moed ontaard, Als weleêr uw ftrijdbre vaderen.

gecsfels voor tirannen waard. — U' wier onbezweeken braafheid

in der blijden harten leeft, U! wier lof op al de tongen

van rechtaarde belgen zweeft. Duld, 6 vrienden! dccz'. mijn' ijver

in dit kleen welmeenend lied , —. Ai, verfmaad geen hand vol bloemen,

die 't bataafsch gemoed u bied: — Mengelen we onze vreugt te faamen,

hartetaal is nu weer vrij; 's Lands gevloekte pesten beeven,

gij weerllond de dwinglandij!

Schoon,

Sluiten