Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MENGELPOËZIE. 233

Maar zacht!.. watzegik thans? waar dwaalen mijn gedachten?

Wie richt ons tijdvak als de almachte god alleen ? e

Die god —■ die flaande god kan eens dien druk verzachten ,

En blijdfchap fchenken voor de zuurfte teegenheên.

Ach wil, genadigst god.' ons zulk een gunst bewijzen l

Ontruk ons door uw liefde aan zóó veel tegenfpoed ;

Geef — geef ons éénmaal flof om uwe hulp te prijzen;

Op dat het vuur van wéé ons niet verteeren doed.

Wil ons voor't minde, 6 god! toch met geen honger ItrafTen, En voor uw vriendlijk oog als dorftig doen vergaan; Maar met uw leevensvrucht ons 't heil der ziel verfchafTen, Waar door wij, in geloof, een' wenk op Jezus flaan. Dan zal geen knellend leed den rank onz' aanzijns deeren; Dan fchuilen we in de fchaauw van uw zo koestrend licht/ Dan zal de noordftar zijn van 't hart tot u te keeren, Tot 's waerclds rijkfle glans voor reiner lujfrer zwicht.

Q Gé'-

Sluiten