Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

238 MENGELPOËZIE.

't Onzalig fpook des nijds deed ons,-doorluchte! beeven Toen de onverlaat zich heerfcher zach;

Maar nu — nu 't vrije hart van zorgen is ontheeven, En met u deeld een nieuwer leeven, Stort men geen traanen noch geklag.

De auroor van uw geluk, door de almacht opgeluïfïerd,

Herflelde Neêrlands rust en eer: Uws vaders zegepraal heeft aller tong ontkluisterd, —

Het e% der eigenbaat verduifterd,

En gaf de klank aan 't fpeeltuig weer.

Ja! 't fpeeltuig, dat weleer den troosttoon dof deed hoorerr !

Door 't floers van fombre druk en rouw,' Behoeft, geliefdfle vorst! geen klanken nu te imooren,

Maar helpt de vaderlandfche chooren

Jn 't feestlied der bataaffche trouw.

Och! 1

Sluiten