Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'MENGELPOËZIE. 257

'fc Wil niet hoopen, datge uw moeder

Reeden gaaft tot ergernis?

Denk, mijn liefje! dat ze uw hoedfter —

't Leeven van uw leeven is.

Kom — omhels me, wilt niet fchreien,

'k Gis al wat uw droevig maakt,

ZjLdacht biddend aan uw jaardag,

En dit heeft u 't hart geraakt.

Nu, dat 's braaf; en 't baart mij blijdfchap

Datge zoo gevoelig zijt;

't Zuehtjen van mijn zuivre erkentnis

Zij daar voor aan god gewijd.

't Vaderhart, mijn lieve fchatje!

Gloeit ook eeven zeer voor u,

En ! gevoelde 't immer vreugde

Ouderliefde ontvonkt die nu.

Wiltge dan nu ook wel luistren

Naar mijn zegen, zoete meid!

Ja! ik zie dit aan die glans reeds,

Die zich op uw weezen fpreid.

R S „ God!

Sluiten