Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

M E N G E L P O Ë Z Y E. 267

De auroor van deez uw' eendrachts kring,

Bevest de fchaauw der zegening, Die eindloos door u deugt in uw geluk zal blinken; De boog der donkre zorg zal voor uw' vreede zinken —

Door Jezus wenken aangekweekt: Hij zal met paerels eens uw' liefde-tempel fleren, In wiens beminlijke aart als Paradijs laurieren ,

Zijn beeld en —1 uwe grootheid fpreekt

Een kindertal, dat in haar jeugt

't Genot volmaakt der oudren vreugt; Zal hupplend uwe kniên met tederheid omringen ; 't Zal naar den bloemen - krans van waare wijsheid dingen^

Aan AlderwereU's ftamboom waard: Een kindertal waarin, "van BaerWs bloed zal leeven, — Aan 't welk ons vaderland en Staat, den roem zal geevejj,

Als pronkfieraaden van deeze aard. S »

Sluiten