Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING/ 5

De blinde domheid holt, door huichlarij geprikkelt,

In 't aklig donker om, tot vreugd der eigenbaat: Misleide deugd, door list in kerkgefchil gewikkelt,

Bauwt vuig de vloeken na der wreedfte menfehenhaat! — Mijn Vaderland! gij (treedt met de ijslijkfte aller rampen, •

Ja, daar ge op 't plegtigst u aan 't heilig recht verbondt, Werdt reeds uw dagend heil bewolkt, door oorlogsdampen,

Nu Kleef met Gulik twisre om d'erfelyken grond.

Prins Maurits, opgewiegt bij dondrende kartouwen,

Reeds vroeg de roem de vreugd van Neêrlands heldendrom , Die Prins , die 't krijgsbefhiur zich juichend zag vertrouwen ,

Waar 't die naar 't ftaatsbewindj langs de autaar trappen klom. In dit angstvallig uur, toen angst de ziel der braven

Beklemde, om 't noodlot der geveste maatfehappij, ( Men hoorde 't rinklen reeds der kluifters voor Bataven!)

Treft mijn de Groot het oog in mijne dichtfcnildrij! —

A 3 EER-

Sluiten