Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE ZANG. 9

Beef, Utrecht! 'k zie den dolk 11 in den boezem ftootcn,

Daar dees verfchijning niets dan fnooden dwang voorfpelt. Men doet vergeefsch de Stad, met dubble zorg, bewaakcn ,

HetHollandsch krijgsvolk moest, op last der oppermacht, Elk waaren burgervriend een vrye rust doen fmaaken ;

Dan, zelfbelang hadt reeds en eed en plicht verkracht! .,. . ó Grijze vest! haast zult ge uw ouden roem zien taanen;

Prins Maurits, onlangs door uw fchutters ingehaald, Eerde, in de fchaduw van de ontrolde Vrijheids vaanen,

Uw heiige rechten , door onwinbren moed beftraald ; Thans fpreid het vuur des twist zijn blixemcnde vonken;

De Groots ftaatkundig oog ziet 't gaas der fchijndeugd dóór; Nauw wordt hem toegang bij oranjes Prins gefchonken;

Terwijl der braaven ziel de jongfte hoop verloor. Smart drijft, met edlen drift,'t Bataaffche bloed door de adren,

Daar lage vleierij met trotschheid zich verbindt; De Stad ziet, in 't verfchiet, gehuurde benden nadren,

Daarfchrandre deugd noch trouw,geen troost,geen uitkomst vindt. Rampzalig Utrecht! ach ! wat vaderlandfchen boezem

Gloeit niet?ó vrijheidPk pleng,fchoon vrouw, met u een traan!

A S Nu.

Sluiten