Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE ZANG. »5

Dc grijze Staatshcld kent ook d'aart der laage zielen;

Dan 't zuchtend Vaderland ontvlamde , op nieuw, hun' moed , }, De Groot (zegtRarneveld) geen dwang moet ons doen knielen,

,, 'k Vrees niet; is Maurits aan mijn hand niet opgevoed? ,, Ja, dien heldhaftcnPrins wierdt, door zijn dierbren Vader,

„ Met veege lippen, aan mijn zorgen toevertrouwd. ,, Vondt niet zijne eerfte jeugd in mij een vriend een rader?

,, 'tls waar 'kheb met verdrict,zints lang,zijn' aart aanfchouwd.

Dan, nimmer zal zijn hart geheel 't gevoel verliezen;

„ Hij weet hoe Barneveld heeft voor zijn heil gewaakt, ,, Misfchien zal hij, eerlang, zijn ouden vriend verkiezen,*

,, Ach Tc voel nog hoe mijn ziel voorWillems telgen blaakt!(#) „Wel aau,deGroot!geen angst moet ons voor ramp doen duchten!

,, Doch, blijft onedle wraak ftaag tegen mij gekant, Mijn vriend! 'kbezwalk mijn trouw door geen lafhartig vluchten ;

„ Mijn bloed ontfluit dan 'toog van 't dwalend Vaderland." Zoo fcheid het edel paar, en fmeekt den Vorst der aarde

Om hulp en bijftand, daar een zalige englenwacht,

Zich,

(a) Willem den Iften. Opmerkelijk is de-raad die de Vad«r van maurits hem, kort voor zijn vermoorden, gaf, ten opzichten van aldegonde en barneveld; men herinnere zich dceze, en wie zal den fchandelijken dood eens barnevelds geene traan afpersfen'

Sluiten