Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

16 H U G O de GROOT.

Zich, op het plegtigst, om der braaven rustkoets fchaarde;

De deugd toch iluimert in den arm der onfchuld zacht! De eerwaarde Godsdienst heft, bij fchittrende lichtend ftraalen ,

Haar vrije galmen aan: Godvruchte werkzaamheid, Nu tot geen vlijt genoopt, mag vreedzaam adem halen,

En wijd het dankend hart aan 's hemels Majefteit, («) Het waakzaam flaatsbelang geleid 's Lands trouwe Vadren

Naar 't Hof, waar op de zon door bleeke wolken gloeit, Terwijl een helfche vreugd, door de opgezwollen adren

Der fnoodfte boosheid , op 't gezicht der onfchuld vloeit. De veege Vrijheid hijgt, verflauwt, naar 't vluchtend leven j

Zij ziet reeds Barneveld haar uit den arm gerukt, Nu word ook mijn de Groot 't geweld ten prooi gegeven,

Gerechtigheid bezwijmt, en 't fnoodst verraad gelukt. Daar treedt hij 'tHof plein op ! De Raadzaal is ontflooten!.

List wenkt, vol minzaamheid, hem naar de Oranje held; Hij volgt; maar ziet eerlang 'sLands heilig recht verftooten, En voelt zijn zwoegend hart om Keêrlandsch val beknelt,

Ver-

O) De in Hechtenis neeming van de groot en zijne vrienden, viel voor op een' Zondag. —

Sluiten