Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

36 HUGO d b G R O O T.

Dc rechters zien mijn held vol edle zwier verfchijnen,

De menschlijkheid ontwaakt, de wrede bloeddorst fchrikt, Gerechtigheid, die thans in heerschzucht's macht moet kwijnen.

Grijpt naar de fchaal; maar voelt haar evenaar verwrikt! Hier kent zij haar de Groot, deez plaats haar toegeheiligd,

Weêrgalmdc, vaak, zijn naam , wen de onfchuld vrijgepleit, Dc vvcêuwgetroost — de wees,voor fchraapzuchtsklaauw beveiligt >

Hem traancn wijden , van verrukte dankbaarheid ! Deez plaats, waar mijn de Groot onlangs de vierfchaar fpande,

Ziet hem, door lasterzucht, befchuldigd en gedaagd,

Hij die , door kracht van taal, nog onlangs 't onrecht bande,

Ziet thans zijn trouwe deugd door helfche list belaagt! Hij doet, hoe diep verneêrt, eene edle grootheid fchittren ,

Dc laagc trotschheid grimt, vergeefsch, zijne onfchuld aan ; Zijn onverwrikten moed kan 's wreedaarts ziel verbittren :

„Kan dit met Hollands eer en 't heilig recht beftaan? „ (Dus vraagt hij,) durft men mij voor vreemde rechters dagen ?

„Mij, die in Rottesvest het burgerrecht ontving? „Wie heeft u 't rechterampt, dus wetteloos, opgedragen V

„Of derft de Groot 't geluk van elk inboreling?" —

Men

Sluiten