Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE ZANG.' 3/ Men toont 't bevelfchrift, uit der Staten naam, ontvangen:

Hij ziet en—zwijgt! maar zucht om Neêrlands fchampren hoon; Nu fielt hij, ondervraagd, zijn zorg voor 's lands belangen,

In elk beflisfend woord, op 't hcerelijkst ten toon. 1

De Staa'tshulk worstelt thans met de opgeruide golven ,

Geen hoop verlicht de nacht: door een verwoede orkaan , Schijnt kerk- en burgerflaat, in d'algrond diep bedolven,

En domlend rolt van verr' des oorlogsdonder aan! 't Bemiddlcnd Lelierijk zorgt nog, met 't moedig Zweeden

Belangrijk, voor 't geluk van 't zuchtend Vaderland, Boifife boeit vergeefs elks aandacht aan zijn reden;

Men dankt vorst Lodewijk, en roemt zijn afgezant. .

Dan,daar men de onfchuld trotsch op't hijgend hart durft trappen,

Daar eer noch eed beftaan , daar recht noch wetboek geit, Daar hcerschzucht,langs 't fchavot,poogt op den throon te ftappen,

Wordt vruchtloos 't waarbelang der vrijheid voorgeflelt! Maurier door vriendfchaps band aan mijn' de Groot gekluisterd,

Betreurt zijn aklig lot: „ Rampzalig Nederland ! „(Dus luid'smans taal) dat ftout uw ouden roem ontluistert., „ó Hugo! pronkjuweel van wijsheid en verftand!

C 3 55 Ge-

Sluiten