Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE ZANG. 4

„ Welligt zal nooit dit hart meer aan uw boezem tikken,

„Maria! Echtvriendin! uw' Httgö vind geen recht, »5Ligt wordt den jongden troost in detiKerfïe oogenblikkeu , Om u den afïcheids kitsch te fchenken, mij ontzegt. — „ ó Nythof! welk bericht, wat vloeide van uw lippen, —

„Ja, hemel! 't wreed geheim werdt aan mij tocvertroud; „Uw vriend uw Barneveld (dit liet hij zich ontglippen,)

„Wordt morgen't vonnis van zijn wredendood ontvoud. „Is 't mooglijk, Barneveld! zult ge als verrader derven?

„Ik weet gij wacht gerust, vol vreugd, een zaalgen dood. „Nooit zal uw edle naam, uw deugd, haar glorie derven

„ Ligt flaakt gij thans een zucht, voor 't heil van uw' deGroot? „ Ontaarte dwinglandij! gij durft zijn zilvren hairen,

,, Moordadig purpren , met zijn eerlijk fchuldloos bloed? „ Mijn vaderlijken vriend! mijn toevlucht in gevaren !

„Mijn Barneveld! met u ontzinkt mijn fiere moed." ■

De blonde Meimaand hadt reeds fes paar lentedagen, (<*) Zieu zinken achter 't dof; nu rees de bleeke maan,

Be-

(0) Den 12de van Bloeimaand 1619. dag der onthalzing van

OLDENBARNEVELB,

C 5

Sluiten