Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE ZANG. 53 Het lnstrend vonnis is, door 'tonrecht, voorgeleezen, »

Schoon d' eindpaal van uw leed niet ftaat op 't moordfchavot, De Groot! uw vrijheid wordt in 'takligst graf ve rweezen,

Geleerdheid zucht, en deugd betreurt uw aklig lot! Eene eeuwge kerker moet die heldre zon verduistren,

Die, na des middags trans van Hollands glorie klimtj Dan , nimmer zal 't geweld uw waare roem ontluistren ,

Die door het zwijgend floers der nadrende eeuwen glimt. -— Zijn edle grootheid kan der fnooden ziel verbittren,

De zwijgende onfchuld hoort haar heilloos lot bedaard; Mij dunkt, 'k zie door de zaal een' paerfchen blikzem fchittreu ,

Het oog der rechtren pinkt, zij zien het dreigend zwaard Van vrouw Gerechtigheid, die zich te lang liet prangen

In kluisters : wraak rukt haar den blinddoek van 't gezicht, Goud,aanzien,tijtlcn-ecr ziet ze aan de weegfchaal hangen,

Zo helde d'evenaar uit 't heilig evenwicht. m

De Groot gevonnist, laat door Neiszen zich geleiden

Naar 'toud verblijf, daar hij 'tbeftemde lot verwacht, Zijn trouwen dienaar, die vol fmart hem bleef verbeiden,

Voelt, nu zijn heer verfchijnt, zijn grievende angst verzacht, D 3 Een

Sluiten