Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDEZANÖ. 65

',,Vlucht,wreedbebloede fcbim! 'kfchuw de avond fcheirieringen;

„Dan zachr,wie nadert gints;mijn fijfftöét! 'k ken den held .. , „ Treedt toe, -Vermeulen ! zijn der Staaten doemelingcn ,

„Door uw getrouwe zorg, bevrijd voor 's volks geweld? „De nacht begunftigde u. Deedt Dorth geen tekens blijken „Van oproer? bleef de rust in Gorchems wal bewaard? „ Zaagt ge, eindelijk, trotfchen Groot niet voor zijn lot bezwijken 1

„Heeft hem de kerkerwal geen grievende angst gebaart? „ 'k Haak naar een trouw verhaal; gij moet mij alles melden ?....

„„Doorluchtig Vorst! (dus vangt de ftoute krijgsman aan) „„Ik ken geen angften die me in 't vuur des oorlogs knelden ,

„„Maar 't denken aan de Groot kost mij een edle traan! vP „„ Neen, hij bezweek niet: rust zweefde op zijn heldenwangen,

„„ Zijnllaauwe levenskracht leedt door de reistocht veel, *»»» Zijn oog ontvonkte zelf zijn medenftaatsgevangen ,

„„Elk hunner zag vol moed 't rampzaligst treurtoneel. («)

iiït Gij

C<i) Naamelijk het fchavot, waarop oldenbarneveld onthalst was, en bij bet overbrengen van de groot en ziiué vnenden, naar Loeveftein nog niet was afgcbrooken.

E

Sluiten