Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE Z A N G. Ü'j Elk voelt de ondankbaarheid der fnoode Nederlanders;

Een volk voorheén beroemd, door menfchenliefde en trouw, Dat Vrijheid hoede, in fcluluw van haare zegeltanders,

En juicht daar de onfchuld zucht, door wreede, fmart en rouw! Geleerdheid, die al vroeg verrukt met blijde vingren,

„De tedre kindsheid van onfterflijken de Groot, liet lauwcrkransjen mogt door blonde lokken flingcren,

Geleerdheid die zijn jeugd 't bekoorlijkst fieraad boodt, Treurt 5 nu haar gunstling moet in d'engen kerker zuchten. -

Der wetenfchappen rij , in aklig rouwgewaad, Dreigt 't eertijds vrij gewest, al fiddrend , thans te ontvluchten, .-Daar dwang, de Godsdienst trotsch in ijzren ketens flaa-t. Dan, de eeuwge Avijsheid, met verdrukte deugd bewoogen,

Hoort elke boezem zucht, in d'allerbangften nood, De hoop der Christnen deunt op 't liefdrijk alvermoogen,

Die hoop beftraalt de geest met vreugd, van mijn de Groot. Dari, hoe? 'kzieLoeveftein door 't helderst licht omgeeven !...

Door welk een gloed ontvonkt thans mijn verbeeldingskracht?., 'k Wordt niet misleid! ó God! daar waare Christnen leeven ,

Daar legert zich vol vreugd een zaalge hemelwacht!

E 3 De

Sluiten