Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

f* HUGÖdeGROO T.

De Groot voelt Mille vreugd, in % lijdend hart, ontgloeien;

Na weinig dagen fnelt zijn trouwe hartvriendin, Wier liefde niet bezwijkt, voor 't rinklen zijner boeien,

Met 't lief 't onnozel kroost ten fombren kerker in. Haar zachte omhelzing fchenkt aanHugo 't zoetst genoegen ,

Elk fpeelcud telgjen biedt hem zachteii wellust aan, Doch 't treurend denkbeeld, doet zijn' vrijen boezem zwoegen ,

Zijn weerhelft leest zijn fmart, in elke Prille traan. Zij poogt baar eigen leed, voor 't bevend oog te dekken ,

Zij ziet, hoe elke dag, zijn leevenskracht bezwijkt, Een grievende angst bewolkt haare altijd blijde trekken,

Terwijl ha,ir tedre min in lijdende onrust blijkt. Gezonde lucht, die daauw van welvaarts malfche roozen,

Is wreed aan hem ontzegt, dc dikke kerkerdamp , Doet zijn beklemde borst, al hijgend, zuchten loozen,

En fpclt aan heel 't gezin, een doodelijkcn ramp. h Zieltroostend zonlicht, hoog aan 't luchtgewelf geklommen , Dat licht dat 't moedloos oog met flillc blijdfehap iïreelt, Stuit door liet vensterglas op ri'ijzeren kolommen, .En maalt van «avernij, het akiigst fchaduwbeeld,

Men

Sluiten