Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

74 HÜGO » e G Pv O O T.

\ Veffchrikte kind verfchuilt zich , telkens , aan haar boezem ,

Door zoo veel akligheid , die het omringt ontrust, Barbaarfche wreedheid, knakt 't ontluikend levensbloezem,

Terwijl Maria , d'angst van 't hijgend mondje kuscht. De Groot vergt rekenfchap dier haatlijke bedrijven;

Dan Proninks antwoord is: „dit eischt's lands Overheid, „ Mijn Gaê, herneemt de Groot, kan geen gevangen blijven, „Misfchien dat ze in dc Haag nog zelf haar recht bepleit. „Ja, trouwe zielvrindin ! ligt vind gij tedre harten ,

„Nog door geen haat verfteend, in 't woelend Vaderland; .„ Ik weet, uw liefde kan de wreedfte rampen tarten;

„ Dan , ach! hoe voelt mijn ziel de zaalge huwlijksband! „Uw lijden grieft mij 't fterkst, ó wellust van mijn leeven!

„In uwe omhelzing vondt mijn hart de zoetlte troost, „Uw bijzijn kon mij hier, de reinfte wellust geeven,

„Dan, dat uw liefde ook waak voor ons aanminnig kroost! „ Begeef u naar den Haag : verg 't menschlijk mededoogen , „ SclloOli 't recht lang is vertrapt, de hecrschzucht is voldaan. „Welligt word wreedheid zelf door zuivre trouw bewoogen , „Wie ka:i de bilke ftern der lieffte vrouw wcêrftaan?"

Zij

Sluiten