Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

f$ H U G O de GROOT,

„Zij (laat den haat ten doel, van wreede dwingelanden, „Gehoond, getergd, veracht lijdt haar gevoelig hart,„ Het grievendst leed: hoe zal haar fiere wraak ontbranden,

„Wen mij de laster fmaad! Marie! ik ken uw fmart, „Het akligst tijdilip blijft,voor mijn verbeelding,zweeven, „Toen ik, van u berooft, eerst de oogen hieldt gevest, „ Op dit rampzalig flot: een huivring deedt mij beeven ,

„Hier, 't uiterst grcnsperk van het vrij gemecnebest. — „Der Maatfchappij ontrukt, door gracht en wal en muurcn,

„De wanhoop grimde mij, uit 't dof gewclfzel, aan; „Dan ,'sHemels liefde zorg, deedt mij die fchok verduuren', ,, 'k Zal eens 't ontfterllijk oog, op 't heilrijkst doelwit flaan. „, Zal mijn geboortelucht nooit in mijn borst wéér vloeien ?

„Klopt nooit in'tVaderland dit flaauwend hart wcérvrü? „ Gekruiste heilborg ! liet ge u niet onfchuldig boeien ,

„Op dat uw keur volk zich in vrijer lucht verblij! „ Wel aan dan; 'k zal getroost den jongden fnik hier wachten t „ Mijn vrienden , oudren , kroost, mijn dierbre hartvriendin , ,,'k Zal vrij in 't fomber dai der fchaduwen vernachten ,

„Ja 'k fluimer vreedzaam haast den kouden doodflaap in.'*—

Gods

Sluiten