Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE ZANG. Si „ Hier bleef hij aan de zorg van Junius geheiligt,

i,,Geen trotschheid blikkerde ooit in 't jeugdig vriendlijk oog, „Wat leedt mijn ziel, toert hij, door Barneveld beveiligt,

„ Door Leiden toegejuicht, naar 't roemrijk Vrankrijk toog! i» Daar deedt mijn jongen vriend, zijne edle glorie fchittren ,

„Daar blaakte 't Vorstelijk hart voor hollandspronkjuweel, ,Daar kon zijn tedre jeugd het hoofsch vernuft verbittren,

„ Mijn Hugo was de held op wijsheids roemtoneel. , Reeds, in het opgaan van zijn vroege levehsdaagen,

„Woelde in 't aandoenlijk hart dien onuitdrukbrengloed, ,Die deugd en vriendfchap,waar geen nijd geen wangunst knaagen

„ In wijsheid minnaars borst een tedre wellust voedt, Zijn Prinfelijke ziel fmaakte al de zaligheden,

„ Die 't wisfelend leeven aan eelaarte zielen bied, , De Groot deedt hem, vol moed, het fpoor der eer betreeden,

„ Wat leed de jonge Prins toen hij dat Rijk verliet! , Mijn Hugo ! 'k bleef uw' vriend: door al de wisfelirtgen

„ Uw's levens, deelde ik in uw roem en waar geluk ; ,Hoe vrolijk zag ik u door de eerekrans omringen;

„ Ach ! was die nooit verwelkt, door grievend leed en druk f F „Ik

Sluiten