Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE ZANG, S3

j, Hoe vaak deedt nietuwtaal,delSageheerschzuehtbloozeu, „Wen ge in den achtbreh naam, van'tkooprijk Rotterdam, „ Pleite op 't bezwooren recht, vertrapt door trouweloozen ,

„Vaak hebt gij 't wetboek zelf ontrukt aan tweedrachts vlam. „ De Groot! ik hoorde, uw roem, op 's braven lippen zweeven ,

„Toen gij in de Amftelftad, de fiere Vrijheidsmin, ,,In koude boezems, door uw grootfche taal, deedt leéven,

„Dé ziel van grijzen 't Hoofd , vloog vrijheids beemden in, ?,En vleide daar verrukt de aardsenglen om uw glorie,

„De reine dankbaarheid gloeide op zijn fier gelaat, ——> ,,'k Weet, edele de Groot! dat in die Stadshiftorie ,

„Uw naam uw ftoute taal in gouden Iettren ftaat!

Ik heb, in 't eind, de list der trotschheid zien gelukken'.,'

,,'k Hieldt een naauwlettend oog, op elk bedrijf gevest; ?,o Hemel! 'k heb mijn vriend zijn vrijheid zien ontrukken,

„Zijn onheil heeft mijn rust,mijn aardsch geluk verpest! ;,DeGroot! fchoon wreedheid u uit d'arm der vriendfchap fcheurde,;

„Uw lijden heeft mijn ziel, door fiere wraak, ontgloeit, o,Terwijl gij maanden in den Ilaagfchen kerker treurde,

„ Heeft vaak een traan op 't blad, dat ik uw fchreef, gevloeit, F 2 „Geer»

Sluiten