Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

H: HUGO de GROOT.

Geen dwang kon toen noch nu het fchrijvenmij beletten,

,,'k Weet dat de Groot, verrukt, dc taal der vriendfchap leest, „ Zijn dierbre brieven , die mijn rampfpoed perken zetten , „Zijn zachte omhelzingen, voor mijn vermoeiden geest. „Met welk een drift deedt ik Zekundus 't licht aanfchouwen ;

„Door hem werdt mijn de Groot het ilaatsgeheim bewust; „ Zints kon hij aan Maurier, vol moed, zijn zaak vertrouwen,

„Zints bleef hij op de trouw van Vrankrijks Vorst gerust. „Nog blijf ik 't fchcrpziend oog der dwinglandijmisleiden ,

„'kBlijf hem mijn trouw,fchoon't rust en goedren geldt, zelfs biên „Mijn trouw zal moedig zig door't dof gewelfzcl fpreidcn ,

„Tot ik mijn' hals vriend vrij in mijnen arm mag zien." — De hoop bleef flaauw door 't floers van zo veel rampen glooren,

Gelijk de bleeke maan, terwijl de Herfstfcorm woedt, Haar fcheemring ziet, in 't zwart der hagelwolken fmooren,

Maar nog een blikjen werpt op d' ongefluimen vloed. Men poogt zich telkens nog met nieuwe gunst te vleien, Prins Fredrik ziet, vol fmart, 't gefolterd Vaderland, Vergeefsch om zachte troost om vrede en welvaart fchreiën, Daar heerschzuclit en geweld, geluk en vreugd verband. _

Door-

Sluiten