Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

y* hugo de groot.

Die letterhelden, nog, tot eer der Nederlanden,

In grootfchc verw gemaald, door zaalge onfterflijkheid, Beklaagen 't noodlot, van de glorie der verftandcn,

De Groot, Europa door, elks eerbied toegezeidt! j

Hoe minzaam poogt hun raad hem in 't verdriet te troosten

Elk wil zijn vrijen geest ftaag nieuwen voorraad biên; Hij mag de lettervrucht, uit 't thans beneveld oosten,

En al der Christnen vlijt, in 't aklig treurflot zien

Daar Prdnink dagelijks de koffers doet doorzoeken ,

(Nijd ziet al blikzemend mijn Hugo's lauwerblaan :) Hij vindt, al lastrcnd, niets dan hooggeleerde boeken;

Die edle lettcrvracht vaart ftoorloos af en aan. Het luchtig Gorkum, dat op de eeuwige eer mag roemen:

Dat braven Daatzelaar in zijn verfterkte vest, Zich vreedzaam burger van zijn Vaderland mag noemen,

Daar nijvre koopmanfchap hem ftreelt in 't vrij gewest; ó Gorkum! daar 't altaar der reine vriendfchap blaakte Getrouwe Daatzelaar! waar 't niet uwe Echtgenoot, Die, minzaam voor't belangvoor 't zacht genoegen waakte, Dat fombren wellust fpreidde,op 't lot van mijn de Groot?

Zij,

Sluiten