Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE ZANG.

Dan, ach ! hij ziet zijn hoop op eigen heil bezwijken,

Daar hem 't gezandfehap niets dan nadrend onheil fpelt. Ligt fmoord aan 't Franfche hof zijn troost, in daatsbelange

Hij kent nog d' ouden wrok die Sommelsdijk bezielt, Ligt zal ontzinde haat zijn roem in kluisters prangen,

Terwijl misleide waan, voor valfche fchijndeugd knielt? Neen, waardige de Groot! neen, wacht uw lot geduldig,

Een lucht beglansde wolk drijft langst uw levenspadn, Uw naam pronkt als de maan , zacht kwijnend, maar onfchuldig ,

Gints fnclt het oogenblik tot uw verlosfmg aan ! Wat fombre treurftem doet mijn teder hart ontroeren ?

'klioor op den doffen galm die langs 'tgewelfzel rok4 De dervende affcheidskusch der reinfte liefde voeren,

Terwijl het koude zweet op doodfche trekken dolt! -s

Ik treedt in 't naar verblijf daar Hogerbeets moest treuren ,

Hier is dc wooning thans van knellende angst en rouw, Ik zie door wreedde fmart de reinfte ziel verfcheuren,

Bij 'tveege derf bed der bekoorelijkde vrouw! Een vrouw, wier zachte deugd 't verdeendde hart deedt gloeien,.

De liefde moeder, de beminlijkde echtvriendin,

Sluiten