Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE ZANG. 10:

Ja, Hogerbeets! de min die uwe boezems griefde ,

Lokt hemeltoontjens , van der Englen bruiloftsfnaar!... Zijn doode liefling, zoo bekoorlijk aan zijn oogen ,

Is 't treurig voorwerp thans, dat 't lijdend hart bekneld. De wreede flotvoogd, wars van menschlijk mededoogen , '

Wil dat haar derven eerst 's Lands Staaten zij gemeld.

Zoo lang blijft 't dierbaar lijk in 't derfvertrek beflooten ,

Drie dagen ftaart mijn held op Hildegondes dof, Nu, kan dit treurtafreel zijn lijden eens vergroten,

Dan, wordt zijn geest omhelst in 't juichend hemelhof. Wat weet de list niet, om verdrukte deugd te kwellen!

De dwingelandij vervolgt haare offers in den dood, Hoe blijft haar bittre fmart elk ogenblik verzeilen :

„ Mijn dierbre Moeder! mijn beminnlijke Echtgenoot 1 " Die tedre namen hoort elk uur, al fnikkend daamlen,

Het fcheemrend licht, dat door de hooge venders gloort ? Daalt plechtig op het lijk, 'k zie elke draal verzaamlen,

En daatig weêrgekaatst, drijft 't bleeke fchijnfel voort! — De Groot, om 't leed zijn's vriends , tot in de ziel bewogen,

Bid Pronink hem zijn hulp zijn troost te moogen biên -3

G 3 Die

Sluiten