Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERDE ZANG. log !n 't grievend hartclecd aan Hugos gaê te klaagen ,

Wen zij ze ontmoete , bij haarfchuldloos fpcelénd kroost, Zij meld haar, elke dag, baar moeders grievend lijden ,

Hoe zij verlangend hijgt naar "t eind der tegenfpoed ; Maria voelt haar ziel, door bittre fmart beftrijden,

Doch , fterkt door zachte troost Jofina's droeven moed. Dus fchreit de tedre maagd, aan baar beklemden boezem :

,, Ach ! (zegt ze fnikkend,) 'k mis mijn moeders zórg en min, ,, Ik mis haar trouwen raad, dan'k vindt, in 's fleevens bloefem

,, Een lieve moeder weêr, inuj mijn hartvriendin ! " Maria's edle ziel voelt zich op 't fterkst bewoogen ,

Terwijl zij haar den kusch der reine vriendfchap biedt, De aandoenelijkfte traan vloeit, uit haar minzaame oogen ;

„ Uw moeder is bevrijd van al haar ziel verdriet, „ Mijn dierbre!" (zegt ze) ,,'k blijf verknocht aan uw belangen ;

,, Wis hadt uw moeder u mij ftervend toevertrouwd; ,, Hadt ik het jongst vaar wel uit haaren mond ontfangen!

„Ach! hadt mijn fchreiend oog haar laatfte flipje aanfehouwdt! „ Haar lijden is voltooit, 'k blijf op Gods liefde ftaaren;

„ Die God, die niet dan 't heil des ftervelings bedoelt %

G 4 Zal

Sluiten