Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*°4 hugo de groot.

r, Zal eens, voor >t fterflijk oog, de nevels op doen klaren,

" DM W01'dt '£ ^hoon van al zijn daan gevoelt.»-

Wen koelen avonddaauw 't verwelkend roozenknopjen

Met zilvren waafem dekt, dan wekt het koeltjen zacht, Weêr 't kwijnend leevén op, terwijl in 't Hollend dropjen, Verfrischte jeugd ontwolkt, door lieve geuren , lachgt; Zoo voelt zich 't jeugdig hart, door zachte troosttaal ftreelcn —

In 't eind heeft 's Lands gezach het lot van 't lijk bèflist, Den vaderlandfchen grond , ontfiert door ftaatskrakcelen,

Biedt aan haar asch zijn fchoot, tentrotsch van haat en twist. Bedroefde Hogerbeets flaat nu , voor't laatst, zijne oogen

Op 't koude Omklecdzel, van zijn. zalige Echtvriendin , Door 't blaauwe doodskleur, dat haar lippen heeft omtoogen,

Pronkt nog de zachte gloed , der onbewolkte min. Nu word ze aan 'tflot ontvoert, daar ze om haar Gaê bekommert,

Den tijd heeft weg gekwijnt, en om zijn lot gefchreid, Daar zig haar laatfle flip , door 't fchaauw des doods belommert,

In d'arm haars Echtgenoots, verloor in d'eeuwigheid. Het vaartuig, dat haar ftof, bewaakt door de alziende oogen, ( Na?l'd' PeVC1'VOert' dr,'ift ^cht: de Schepping viert dit uur,

Naamv

Sluiten