Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iio HUGO d e G R Ö 0 T.

„ Gedwongen vrolijkheid, verbergt uw mededoogen ,

„ Mijn lijden grieft uw ziel, ik ken uw boezemfmart! „ Het denkbeeld van uw leed, kan Haag mijn ang.st vergrooten, „ Maar, nerven zonder u ! .. . Zij nadert!... Hemel! ach! " De Groot voelt, onverwacht, zig in haar arm geflootcn ,

Hij ziet op 't lief gelaat een vriendelijken lagch , Een gulle vrolijkheid zweeft door haar zachte trekken ,

» Mijn Hugo!" vangt zij aan, „ 'k heb 't fchoonst ontwerp bedagt, „ Houdt moed, mijn Echtgenoot! Gods zorg zal de onfchuld dekken,

„Ik voel,door 't vleiendst fchoon, mijn zielenrouw verzacht!„ Hoor wat mij inviel, toen ik om uw rampfpoed fchreide :

„ Wen ge u in 't koffer, dat, met boeken opgevuld, -, Vaak afvaart, dierbre vriend! zorgvuldig heimlijk vleide ? „Ja'k voel het heerlijkst eind bekroont ons ongeduld!. Ge ontroert ? vrees niets ; de dwang die onze leevensdaagen „ Verpest heeft, word gefnuikt, door moed en fchrandre list, „ Men zal, op dwinglands last, u uit dees kerker draagen; •

„ Men opent nu , zints lang, maar zelden meer de kist!..." De Groot blijft fpraakloos op zijn moedige Ega itaaren; Wat ftroomt niet door zijn geest! hoe voelt hij zig gefchokt!

't Oog

Sluiten