Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ïiö HUGO de GROOT,

„Verban die tedre fchroom ; "k vrees niets ! wie durft mij boeien ?

„ De Iiede ( zegt zij ) fpot met wreedheid en geweld! „ De Groot! gij kunt aMéén der dwinglandij verbittren,

„ Mijn hechtnis geeft geen troost, men barst door wrevle fpijt; „Doch fchoon \wt wraakvuur moog' in dreigende oogen fchittren,

„ Ik zie mij door natuur den lauwer toe gewijd. „ Gij moet, dit eischt mijn min , gij moet het vluchten waagen ;

„ De Godheid wenkt uw ze lf; gehoorzaam ! volg! grijp moed! „ Zie zelfs ons fpraakloos wichtje uw zorg en liefde vraagcn ,

I „ Dus lang is 't fchuldloos in een kerker opgevoed ! „ Verlaat u op mijn trouw, laat niets uw hart ontroeren;

„ Het liefdrijk albefhmr bewaakt verdrukte deugd ! „ 'k Zie overmorgen reeds mijn liefden fchat ontvoeren,

„Ja, 't nadrend fcheiden kweekt reeds de allerreinste vreugd. „Ik zag in Daatzelaar al 't vuur der vriendfchap glooren ;

„ Toen ik te Gorkum mij deez' lichtend nog bevondt, •„ Deed ik, fchoon diep bedekt, mijn aanflag fchertzend hooren „ Nooit dacht men dat mijn vraag op waarheid was gegrond: v Juist ging, bij 't klok gebrom, het jaarlijks marktfeest open, „ Wat, (vraagdeik de echtgenoot van braaven Daatzelaar,)

Elk

Sluiten