Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIERDE Z A N GR ' i2t Gods zaalge wijsheid zag, voor 's waerelds eerften morgen,

Het lot van mijn de Groot; 't zonk ,'volgens 't heilrijk plan, In fpijt van mogendheên, in eene nacht van zorgen,

't Rijst, zonder macht, op dat 't vernuft zijn trotscheid ban; Dp dat voorzienigheid in 't flerflijk oord zou blinken;

Zij , die met tedre zorg, wen alle hoop verdwijnt, Wen 't hooploos ongeloof in wanhoop weg moet zinken,

Voor ?t oog der deugd zelfs in de nacht des doods verfchijnt. Mijn Hugo's nadrend heil kan de englen rei bekooren,

Elk biedt zig tot geleide, in 't uur der uitkomst aan ; Hun oog ziet zijn geluk reeds in 't toekomend glooren,

Een Scraph daalde langs de azuuren wolkenpaên. Eer nog het lentefeest het iluimrend oost deedt blaaken

Wil hij in Loeveftein, bij Hugo's flaapend kroost Zig met den jongen geest eens ftervelings vermaaken,

Hij ziet hoe de onfchuld zacht in gulle trekjes bloost. Cornelia ontwaakt, geen kommervolle zorgen («)

Beknellen't jeugdig hart. Zo ras zij 't licht ontdekt, *

Vliegt

(<0 CoRNEtiA. Jongde Dochtertje van de groot.

H 5

Sluiten