Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ïi8 II U C O n f. GROOT.

„ Hoe zal 't bericht mij, dat gij veilig zijt, verrukken ,

„Dit zalig denkbeeld ftreeld mijn wrede boczcmfmart! Zijn hoop, zijn troostaal kan haar heeté traanen droogen ,

Terwijl mijn Hugo zig in 't enge Koffer vleid, *t Verlangen glinfterd reeds in Elsjes tintlende oogen ,

Terwijl Maria door gevoel en liefde fchreid. Daar ligt thans mijn de Groot, terwijl een aantal boeken

Alom de ruimte vult, en hem ten rustbed ftrekt ; Ach , dat geen wreede dwang dreig 't Koffer te onderzoeken \

Ach , dat Gods min het zelf met eeuwge vleuglen dekt! 't Eind van 't voorfpclde heil 't blijk van Gods gunst en waarheid,

De nieuwe vestiging, van 't eens geftaafd verbond, Het Evangelie-woord , beftraald door hemelklaarheid,

Die rotz waar op Gods bruid haar ecuwgen zetel grond, Dat woord, de zaalge bron van Hugo's troost en blijheid,

Is thans de peuluw, daar zijn geestrijk hoofd op rust, Dit Goddelijk bewijs , van aller Christnen vrijheid,

Maakt hem , in knellende angst, van Goëls trouw bewust, Zijn gaê kuscht de affcheidsgroet van zegenende lippen,

Daar't tederfte : vaarwel; in 't hijgend fnikken fluit,

Ter- J

Sluiten