Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

J34 HUGO de GROOT.

De baren, die zich woest om 't dobbrend Scheepje krullen , Zijn vrijheid's radren: niets baart langer boezemfmart. Gods liefdrijk oog zag, voor een reeks verflonden eeuwen , De onnoz'le traantjes , van een fchuldloos vleiend wicht, Toen 't jonggeboren heil der zuchtende Hebreeuwen ,

Schreide in den breeden Bijl, om 't zinkend levenslicht O), Nu waakt de menfehenvriend voor hollands eer en glorie,

't Onfchuldig offer van gevloekte dwinglandij, De mond van 't recht, de tolk der zwijgende historie,

Europa's vreugd, de iteun der Zweedfche Maatfchappij! Gints daagd een heldre zon , uit flauwbeglansde wolken , De Groot! 6 't is uw naam met eer en roem omflraald, Gij fpreid uw middag gloed vol kracht, bij noordfche volken ,

Daar ge op 'tolijvengroen, de jeugd der welvaardmaald. Zag eens Gods afgezant 't verfchriklijk lot verzachten , Toen hij Van Ninevé naar 't kooprijk Tarzes vlood, Daar wanhoop brullend hem in de afgrond fcheen te wachten,

Toen 't leven hem omhelsde, in de armen van den dood; Godsvriend, de vreugd,, de troost, der deugdgezinde zieles, De ware Christen die, het bijgeloof verlicht,

't Weer-

C<0 Zinfpeelende op m o z e s.

Sluiten