Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*36 HUGO db GROOT.

„ Zou Propink's echtgenoot het Koffer openen willen ?

„ Dan ftorte ik mijn de Groot in nog rampzaalger ftaat. „ o Wrede onzekerheid! Wrfcbeurende gedachten !"

Zij zweeft de kerker door : nu fiaat zij 't bevend oog Naar 't venfter; welk een heil! zij voelt al de angst verzachten ,

Daar reine, dankbre vreugd 't bemoedigt hart bewoog. Zij ziet de wimpel vrij op 't drijvend vaartuig waaien ,

't Beminlijk Elsje doet, nu alles welgelukt, 't Beftemde tceken door de morgen nevel zwaaien;

Een hagelwitte doek , die 't bevend hart verrukt, Van mijn Maria , kar, ook's Scheepsvolks aandacht wekken ,

Doch 't geestig meisje zegt: ,, hoe hadt men mij gekweld; „ Nu 't waaid, riep elk, durft toch ons Elsje niet vertrekken,

„ Nu vaar ik heen ! dit word hun zwaaiende gemeld." Nogmaals doed zij haar doek door 't ruisfehend windje flingren ,

Nu zweeft de zaligheid Maria in 't gemoed, Daar blonde voorfpoed haar vol vreugd met dankbre vingren,

Met rozen kranst, daar 't heil haar minzaam lagchend groet. De liefde blijft haar oog aan 't wijkend vaartuig boeien,

Schoon 't in een dichte drom van zeilen zich verliest,

Het

Sluiten