Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIERDE ZANG. i43 : Ik gaf het volk hitn loon, niets kon mijn vreugd meer dwingen ,

:' k Vloog naar de voorvloer; ach Mevrouw! 'k vondt uw vriendin, : Met koopz.org bezig: 'k heb haar ftil in 't ooi' gefluisterd t

: Kom volg mij! 'k heb mijn Heer hier in een koffer ftaart f : MevromV, heeft heimlijk hem door fchrandre list ontkluisterd,

: Zij volgt, doch 'k voelde nu mijn hart angstvallig liaan! : Ik roep herhaalde reis! dan—.'khooi' mijn Heer niet fpreken,

: Een dodelijke fchrik vloog dooi' mijn adren heên! : 'k Zie Juffrouw Daatzelaar, nu als een lijk verbleken !

„Ge ontfloot deKist niet?"(zegtMevrouw):ik dorst niet,neert l i Ach, zuchtte uw hartvriendin ! de Groot moest hier verfmoreil,

: Rampzalige echtgenoot! waar vind uw rouw zijn end ? ! Zij weende; doch mijn Heer laat zig bedaard dus horen:

: Ik leef, maar 'k had de ftem Van Elsje niet gekend! : Nu rukken wij vervoerd het Koffervrolijk open!

: Mijn Heer was doodlijk bleek, en ademde benauwt, : Doch vrije lucht deedt hem ras op verfrisfehing hopen S : 'k Zag voor een ogenblik zijn tedre kracht verflauwt ï : Wij vlogen flraks ter hulp , ik zag het gul genoegen , : Bevallig gloren , door hei koud afgudzend zweet,

' iËeii

Sluiten