Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIERDE ZANG.' i4p Door liefde gegraveerd, zal nog door 't rouwfloers glooien,

Wanneer de tijd fmoord in den damp des zwavelvloeds! ó Vrijheid! kom ontfluit, ontfluit uw veegc lippen,

Kom, hef den zegezang der huwlijkstrouw thans aan, Uw lievling ademt vrij, hij vliegt, ó zaalge flippen!

Thans in uw blijden arm bekranst met mirtheblaan. ó Zaalge vriendfchap ! ?k zie door reine hemellingen ,

Uw zacht omhelst, uw hand kon de eer der christenheid , Aan 't akligst nootlot, aan gevloekten dwang ontwringen ,

Gij hebt den vriend uw's Gods in ruimer lucht geleid! Ja, 't huis van Daatzelaar, blijf eeuwig uw geheiligd !

Uw gloeiend Outaar, van het zuiverst wit albast, Blijf voor 't gewoel, 't geknaag van tijd en nijd beveiligt,

Daar deugd en wijsheid zelf op de olfervonkjes past» Mij dunkt, 'k zie Daatzelaar met vragende aandacht luistren {

Terwijl zijn tedre gaê hem aan haar boezem knelt, De zeegepraal der min , fchijnt 't hart nog meer te kluistren,

Daar trouwe Van der Veen , hun zijn gedrag dus meld: „ 'k Volgde aanflonds ook naar 't veer, niets kon mijn drift beletten , „ Ik vond mijn heer de Groot, 't gaan niet gewoon, vermoeit, K 3 „De

Sluiten