Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'56 HUGO de GR 00 T.

„ ö (zegt zij,) welk een heil, 'k moet 't fchoonst geheim ontdekken !

„ Verdrukte deugd, heeft op geweld gezegevierd ! „ 'k Vloog naar de deur, mij dagt ik hoorde een Vaderlander !

„Ik groete een Ambachtsman, die mij zijn vriendfchap boodt, „ Ei vraag uw Vader, reeds lang kenden wij elkander,

(Dus (preekt hij minzaam) om een fchuilplaats voor de Groot! De Groot ? roept Grevinghove , o Hemel welk een zegen !

De pijneljkfte fmart zelf vlucht, nu vriendfchap wenkt, De zieke vliegt van 't dons , den dierbren vluchtling tegen ,

Hij word door elk omhelst, daar vriendfchap wellust fcheukt... Verrukkend heil! ik voel, A vrienden ! uw ontmoeten,

Van 't dierbaar voorwerp, daar ons kloppend hart voor gloeit, Zweemt hier benêen reeds naar de zaalge welkoomgroeten, Wanneer een aardling word van 'tlaag des ftofs ontboeit, 'k Hoor duizend vraagen , die door drift elkaar verdringen ,

Doch hoe men 't antwoord wenscht, dit word niet afgewacht, Hoe zijt ge ontvlucht? hoe wist ge u aan 't geweld te ontwringen?

Wie bood uw hulp ? wclligt ontvlood gij deze nacht ? D„' Groot doet kort 't verhaal, fchoon telkens afgebroken , Daar ijder keer iets welt, uit 't volle vriendenhart,

Be-

Sluiten