Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VIERDE ZANG. i&i

5,AVie heeft het zuchtend hart, des waren Christen's nader, ,, Dan u, 'k heb in mijn angst alleen uw troost gewacht! Gij kend mijn wislend lot, 'k blijf li mijfl danklied wijen ^ „ Uw wijsheid hecht het zelf niet vreugd en fmart aaneen $

,, Nu doet ge angstvallig, mij door donkre woestenijen , ,, Dan door een rozengaard naar 't oord der blijdfchap trêeti!

3, Mijn borg, gij wijst mijn oog op godlijke tafreelen, ,, Door waarheid afgcfchetst, met eeuwig zuivren gloed, God gloort op Tabor's kruin., bij hemelfche gefpeelen , ,, Ook zweeft gij , als de maan het rustend aardrijk voedt*

,, Gij kent de tedre kracht van ftérflijke aardelingen ,

,, Mijn Goël! ftcrk mijn moed, leer mij in 't grievendst leed$

,, Het morrend ongeduld , grootmoediglijk bedwingen , ,, Gij blijft in de angst des doods zelfs tot mijn hulp gereed j-

,, Uw zorgend albeftuur deedt mij't geweld ontvluchten ,

,, Gij fpraakt; een englenwacht, was om mij haên gefchaard , Gij hoorde in 't wreedst gevaar mijn flille boezemzuchten , ,,'k werd door uw trouw - uw gunst in nood en dood bewaart!

,, Ach, hoor mijn bêe ! befcherm de lieyling van mijn leven ,

„ Door 't denkbeeld, dat zij lijdt, word 't minnend hart verfcheurd.

L „ Ach,

Sluiten