Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ï<5<> HUGO de GROOT.

Geen fnoode wreedheid, doet de trouwfte weêrhelft fchrïkke*

Zij wacht haar lot vol moed, door Hugo's heil getroost, Maria! ach , 'k verheel me uw vrolijke oogenblikken ,

Zij ziet, zij kuscht zijn fchrift, daar zij van wellust bloost! Wat word niet uitgedacht, om 't bevend hart te ftrelen , 'tBekoorelijk gebak, dat thans haar disch bepronkt, Uit Braband toegeftuurt! doed haar in blijdfchap deelen „

Alleen bekend aan 't hart, door reine drift ontfonkt, Hier in is 't duidlijk blijk van Hugo's heil verborgen ,

ó Dierbre reegels , met een dankbre traan befproeid, Uw inhoud voert haar ziel voorbij verdriet en zorgen,

Daar gij de reinfte vreugd , op englenwijs, ontgloeid. Zij flijt gerust den tijd, met kindren en bedienden,

Hoe ftreeld haar Van de Velde en Elsjes zuivre min ; In elke rang en ftaat, kent waare deugd haar vrienden ,

Ja, moed en trouw, fchenkt haar thans Elsje ter vriendin ? Zij doet 't aanminnig kroost in 't lief genoegen deelen ,

't Ontdekt geheim , rolt blij van rozenlipjes voort, Elk juicht, daar Vader's vlucht nu onder 't fchuldloos fpeelen, Pc jonge hartjens, op 't aandoenelijkst bekoord j

Hee

Sluiten