Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

V IJ F D E ZANG. 173

,, Verberg mij langer niets , mijn welgegrond vermoeden,

,, Is op uw fnoode list maar al te wis gevest! „Ja , (zegt zij lagcbend,) na een reeks van teegenfpoeden ,

,„Zoekt thans mijn huwlijksvriend zijn rust in 't vreemd gewest,"' Ik dreigde woedend! „ nooit, nooit zal het u gelukken ,

„ Hem weêr te zien ! hij vind al zwervend haast zijn dood! „ Gij zult uw leven hier, uw vrijheid zien ontrukken ;

„Wat hebt gij thans bewerkt ?" ,„het heil van mijn de Groot! ( Was 't antwoord) ,,, hebt gij last, dc vrijheid mij te ontrooven ?

,,, Doch fchoon dit waar kon zijn , ik vrees voor geen geweld! ,„ 't Bekoorlijkst denkbeeld, gaat het moeilijkst lot te booven,

,,, Ik heb de vrijheid van mijn echtgenoot herlteld.'"' „ Wat ik door gramfchap zeide of deedt, niets doet haar beeven ,

„Haar Dienstmaagd,even flout,fpot met mijn woede en wraak; „ Al wat zij deed, was Hechts op last aan haar gegeeven,

„Mijn felle gramfchap fchonk hun zelfs, zoo 't fcheen,vermaak, j, Ik deed me in 't holst des nachts naar Gorkum's vesting voeren, >

,,'k Vraag bij den Drost zelfhulp , 'k zie poort en veer bezet, „Zelfs doet het woedend graauw nog Daatslaars hart ontroeren,

„ Dan alles is vergeefs ! 's volks muitzucht word belet, ,

Hef

Sluiten