Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

m H Ü G O de GROOT,

„ Het Koffer achterhaald, doe ik voorzichtig brengen, „Voor't raadhuis,'! word omringt door dienaars van ftads recht} ,,'k Ontfluit het zelfs , doch om mijn fpijt Hechts te verlengen 3

„ Daar niets dan ecnig linne en doek in 't Koffer legt, ,,'k Keer dus verwoed naar 't Slot, en heb met fmart vernomen ,

„ Hoog edle Vadren, van 't gefolterd Nederland; „ Dat hy te Antwerpen reeds was veilig aangekomen ,

„ Nu wacht de Spanjaard wis , heil door zijn rijk verftand V' Ja, 'kzie de wrok alom op vaale vleuglen zweeven ,

Daar heerschzucht en geweld, de tanden grimmig knerst, Een heimelijke vrees , doet 't fchuldig hart nog beeven,

Daar haat het gudzend bloed in zwellende adren perst. Intnsfchen fnelt 't gerucht, door Hollands vrije beemden ,

En wekt in 't edel hart, de lang verdoofde vreugd, Vrees boeit de vrije tong, grootmoedig word door vreemden ,

De zeegepraal gevierd, der lang getergde deugd. sk Zie Frankrijk's Afgezant, door blijdfchap opgetoogen ,

Hoe fireelt mij al het heil, dat ware vriendfchap fmaakt, ' o Ja, Maurier! ik zie in opgehelderde oogen, Dc vonkjens van dien gloed, die in uw boezem blaakt,

Hij

Sluiten