Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iSo HUGO de GROOT.

Toen elk zijne aankomst gul, als Hollandsen wonder vierde ,

NU leid de nedrigheid , hem aan haar blanke hand„ In de eigen voetftap, daar eens eer zijn jeugd verfierde,

Verfchijnt hij onbekend, als vluchtling uit zijn land! Dftn, fchoon zijn wislend lot, op 't golvend leven wiegelt,

Zijn naam , zijn glorie praalt, op 's waerelds wonderfpil, Hij ziet hoe 't grootsch Parijs zich in de Seine fpiegelt,

De Golven kabblen, langs haar groenende oevers feil s Tot zij, in 't zilvren fchuim des Oceaau's verzwolgen,

Weêr opwaarts dampen, wen de Zon heur gloed vcrfpreid< Zoo wenscht mijn Hugo's ziel, Gods wijs bellek te volgen ,

Tot 't eeuwig licht hem wenkt, naar 't oord der eeuwigheid. Nauw is zijn komst bekend, of'k hoor de welkoom groeten 3

Van blijde lippen vol verrukking omgevoerd 5 Bloos trouwloos Vaderland! zie hier uw telg ontmoeten ,

Door grootfche zielen, aan zijn kunde en deugd gefnoerd! Wie vergt mijn Grootius, hier immer gunst te becdlen ?

De Vorst bied hem vol vreugd, een roemrijk jaargeld aan j Hij teldt zijn vrienden , bij de bloem van Frankrijk's edlen,

En d'Achtbre wijsheid juicht. Vcrfailles wandclpaan ,

Weêr-

Sluiten