Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VYFDE ZANG. 189

Wie kari de zalighêen , waar voor dit tijdlijk leeven,

Nog vatbaar is , naar eisch oditfchildren ? ... Word 't gevoe!, 't Genieten van een geest, door woorden ooit befehreeven ?

De taal dei- gloenfte drift, is veel te (lomp en koel. Mijn dierbre Reigersberg vergeet de zorg en kommer,

Dan telkens vliegt haar hart naar 't rijk bevolkt Parijs ! Ze omhelst haar huwlijksvriend, vaak in Verfailles lommer ,

En mind— en ftreeld en kuscht, op Hollandsch tedre wijs I Dan nog houd 't Vaderland haar in zijn kring beflooten ,

't Belang vin mijn de Groot en zijn gelieft gezin , Duld niet, dat nog zijn gaê haar heil mag zien Vergrooteil,

Door 't ftreleild bijzijn van het voorwerp haarer min, Dé vriendfchap drenkt haar ziel, hier nog met wellust teugciï,

Ze omhelst Amelia, thans als een fiere bruid, Elk wendend tijdftip, kan haar blijden geest verheugen,

Nu huwt de welkoomgroet aan 't juichend feestgehiiu De jonge Amelia, aanminnig aangebeedeli,

Sloot nu, met de eer der jeugd, het plechtig trouwverbond» Die lieve fchoone fmaakt, de reinlTc zaligheden,

Zij ziet haar aardsch geluk, op liefde en deugd gegrond i

Ze

Sluiten